De kleuren van de sneeuw

 

 

De zwaar berijpte berkentakken schitterden in de eerste zonnestralen. Het was doodstil. De loipe slingerde omhoog de Ahopää op en toen ik een bocht om kwam, rolden er ineens drie sneeuwballetjes naar beneden. Vlak voor me hupten ze de diepe sneeuw naast het spoor in en zag ik dat ze pootjes, zwarte oogjes en een zwarte snavel hadden. Sneeuwhoenders!

 

 

Eentje vloog tokkend weg en verstopte zich in een besneeuwde boom verderop. Daar bleef hij zitten roepen. De tweede waadde door de diepe sneeuw naar een berkenstruik, waar hij met zijn snavel aan takjes begon te plukken. De derde ging tegen een boom in de zon zachtjes zitten tokken. Totaal gefascineerd bleef ik staan kijken: ik had nog nooit sneeuwhoenders van zo dichtbij gezien, en dat zo vlak achter het hotel. Wit in het wit, ze waren nauwelijks te onderscheiden. De sneeuwhoenders hielden me wel in de gaten met hun kraaloogjes en na een tijdje verdwenen ze tussen de struiken. Ik kreeg het koud en langlaufte verder de heuvel op.

 

's Ochtends voor het hotel hadden een stel Fransen elkaar joelend, met het fototoestel in de hand, staan te verdringen voor de thermometer. Ze wilden allemaal een plaatje van min 30 °C. Een paar dagen eerder was het slechts een paar graden onder nul geweest, maar toen voelde het veel onaangenamer aan dan nu, omdat er toen een gure wind stond. Nu scheen de zon en was er nauwelijks wind. Toen de zon boven de heuvels in ochtendnevelflarden opkwam, verscheen er aan beide kanten ernaast een stukje regenboog.

 

Ik klom verder de heuvel op en had, eenmaal boven de boomgrens, een schitterend uitzicht over golvende ronde heuvels. Nergens een spoor van menselijke beschaving te bekennen, geen weg, geen huis, niets; alleen bij helder weer de mast op de skihelling bij Saariselkä.

 

Na een redelijk steile maar goed te skiën afdaling sloeg ik af en volgde een loipe langs een beekbedding. Overal liepen sporen van sneeuwhazen en sneeuwhoenders. De loipe bestond hier slechts uit een sneeuwscooterspoor. Dat is het leuke van het gebied rond Kiilopää in Fins Lapland: er is een verlichte hoofdloipe naar Saariselkä, bijgenaamd de snelweg, met een dubbel skatespoor in het midden en dubbele klassieke sporen aan beide kanten ernaast. Dan zijn er enkele sporen voor skaten en klassiek en tenslotte de met een sneeuwscooter getrokken klassieke spoortjes. Het hele gebied is zo groot, dat ik na in totaal vier weken vakantie nog steeds niet alle loipes gehad heb, terwijl ik toch dagelijks tochten van zo'n dertig kilometer maak. Door de heel koude sneeuw en het geaccidenteerde terrein is het langlaufen hier overigens een stuk zwaarder dan in de Alpen. Er bestaat een uitstekende loipekaart van het gebied en overal staan wegwijzers. Vanuit het fjellcentrum in Kiilopää worden dagelijks tochten met gids buiten de loipe georganiseerd.

 

Hierna volgde een stuk enkelsporige loipe, die vlak onder de boomgrens tussen de berkenstruiken op en neer golfde. Er lag weinig sneeuw op de takken, die was er afgewaaid, maar de takken waren wel zwaar berijpt. In de vroege zon schitterden er miljoenen lichtjes overal waar je keek.

 

Eerst kwam ik langs de onbemande hutten van Rumakuru. Door het hele gebied staan dergelijke hutten, soms heel klein, met alleen een vuurplaats in het midden en banken langs de wanden eromheen. Soms wat groter met twee brede houten banken, waar je eventueel kan overnachten. Het hout voor het vuur ligt al klaar. De eerste langlaufers 's ochtends steken het aan en je wordt geacht er nog wat hout bij te gooien voor je weer verder gaat, voor de volgende lopers.

 

 

Ik liep echter door naar Luulampi, een eenvoudige bemande grotere hut. In het midden van de ruimte brandt een groot open vuur onder een enorme schoorsteen. Aan de haakjes in de rand daarvan kan je je kleren te drogen hangen. Als ik weer thuis mijn kleren in de wasmachine stop, ruik ik nog steeds dat houtvuur. Naast het vuur zitten langlaufers op krukjes. Ze roosteren de onvermijdelijke makkara, dikke worsten, aan lange spiesen boven het vuur. Ik drink een warme chocolademelk en eet een meegebrachte boterham met haring. Hier in het noorden een smakelijke combinatie!

 

Ik besluit de ruim zes kilometer naar Rautulampi heen en weer te lopen. Het eenzame scooterspoor slingert weert tussen de berkenstruiken door, die vandaag zo prachtig schitteren in de zon; vanochtend vroeg goudkleurig, nu de zon hoger staat, zilverkleurig. Mijn Duitse langlaufvrienden uit het hotel in Kiilopää wilden vandaag het korte rondje naar het onbemande hutje van Rautulampi lopen, zodat we elkaar daar eventueel zouden ontmoeten. En ja, ik had geluk. Ze hadden al vuur gemaakt, zodat het lekker warm was in de hut. We lunchten uitgebreid uit de rugzak en bladerden in het gastenboek. Er komen maar weinig Nederlanders.

 

Na weer een korte chocolademelkstop in Luulampi, moest ik alleen nog de zes kilometer over de kale Kiilopää terug naar het hotel. De loipe bergop lag ondertussen al in de schaduw en er was een gemene wind opgestoken. De zon ging onder, wat in Lapland uren duurt, en kleurde de besneeuwde tunturi, kale heuvels, roze, lila en paars. De sneeuw rondom me leek blauw. Lang stil blijven staan kijken was onverantwoord: ondanks mijn twee dikke mutsen dacht ik dat mijn oren eraf vroren. Ik kreeg het heel warm van de steile klim, maar tegelijk voelde ik de kou door mijn kleren heen bijten.

 

 

De loipe slingert net onder de bergtop langs. Daar kwam ik uit de schaduw en de wind viel even weg. Doodse stilte. Ik bleef ademloos staan kijken. De sneeuw kleurde goudrood door de ondergaande zon. Alle heuvels in de omgeving hadden de prachtigste pasteltinten tussen roze en donkerblauw-paars. Op en naast de loipe liepen rendieren. Met één voorpoot groeven ze een gat in de sneeuw op zoek naar iets eetbaars, rendiermos. Dit was absoluut vredig. Sommige rendieren keken wel even naar me op, maar aten dan weer verder.

 

Helaas was het te koud om lang te blijven kijken: afdalen dus. Nog geen half uur later zat ik in de sauna.

 

 

© Liene Malsch